Home || Het Forum || Over SaBi || Bibliografie || Wedstrijden || Wall of Fame || Wall of Shame || Oude Nieuwsberichten


op SaBi. Deze site en het bijbehorende forum zijn gemaakt met het doel om schrijvers hun werk aan een groter publiek te laten tonen, alsmede de mogelijkheid te bieden om inhoudelijke reacties te krijgen. Op de site kun je tips, tops en natuurlijk verhalen lezen. Momenteel werken we nog druk aan de site, maar we hopen jullie zo snel mogelijk welkom te kunnen heten!





Over SaBi
Schrijftips
Ratings
Het Tipex-team
Wauw-verhalen
Verhalen nomineren
Wedstrijden





Momenteel zijn er nog geen wauw-verhalen. Wil jij een verhaal nomineren voor de wauw sectie? Kijk dan zeker even op het forum!





Contact
Partners
Gastenboek
Oude nieuwsberichten









Rating: AL/DR
Summary: Een ode aan onverschilligheid.






Dank je wel.


Haar ogen bleven op het water van de vijver gericht. Door het troebele water kon ze niets zien. Alsnog kon ze zichzelf er niet toe zetten om haar ogen af te wenden. Ze vreesde dat, wanneer ze haar blik toch ergens anders op zou richten, alles fout zou gaan. De lichte regen viel in een bijna onzichtbare nevel op haar neer en bleef als helder kristal aan haar huid kleven.
Liggend op haar zij, in het natte gras, bleef ze naar het water kijken. Mensen die voorbij liepen, keken geen tweede keer naar haar om. Zo zat de maatschappij tegenwoordig in elkaar. Zolang je zelf niet op de grond lag, deed het er niets toe. Het maakte niet uit, ze kon ze toch niet zien. Alleen hun voetstappen echoden lang door in haar oren. Hoe verder ze van haar verwijderd raakten, hoe meer het voelde als een deur die zich langzaam maar zeker voor altijd sloot.
Een zucht kwam over haar half geopende lippen en vormden een wolkje in de lucht. Haar hemelsblauwe ogen staarden nog steeds naar het vieze water. Er was echter niemand die op de negenjarige lette. Niemand die zich zorgen maakte dat ze misschien in het water kon vallen. Niemand die het vreemd vond dat ze op haar zij in het gras lag. Haar handen had ze onder haar hoofd gevouwen en haar knieën waren opgetrokken. Regendruppels bungelden weerloos aan haar wimpers, hopend te vallen wanneer ze zou knipperen.
Op haar polsen stonden vingerafdrukken, die niet haar eigen waren. De paarse plekken werden net niet bedekt door haar jasje, die misschien een maat te klein was. In haar verkleumde vingertjes hield ze echter een briefje. Het was verkreukeld en geschreven in het handschrift van een kind dat niet zo lang geleden had leren te schrijven. De woorden straalden echter een wijsheid uit, die een negenjarige nog niet behoorde te kennen.

‘Dank je mensen,
Jullie hebben mij nooit gezien.
Hebben je voor mij afsloten.
Jullie lieten mij sterven.
Elke dag een beetje.
Maar toch nooit genoeg.

Bedankt voor de onverschilligheid mensen.’