|

op SaBi. Deze site en het bijbehorende forum zijn gemaakt met het doel om schrijvers hun werk aan een groter
publiek te laten tonen, alsmede de mogelijkheid te bieden om inhoudelijke reacties te krijgen. Op de site kun je tips, tops
en natuurlijk verhalen lezen. Momenteel werken we nog druk aan de site, maar we hopen jullie zo snel mogelijk welkom te kunnen
heten!

Momenteel zijn er nog geen wauw-verhalen. Wil jij een verhaal nomineren voor de wauw sectie? Kijk dan zeker even op het forum!

Contact
Partners
Gastenboek
Oude nieuwsberichten
|
Rating: AL/DR
Summary: Een eenzame molen, met een geschiedenis die verder gaat dan ieders herinnering.
De Graanmolen.
Een eenzame molen stond in het landschap. Fier en rechtop in de wind. Zijn wieken draaiden in één tempo door en maakte suizende geluiden.
Een rammelende kar met houten wielen, dat werd voortgetrokken door een klein paard, kwam het erf van de molen opgedraaid en bracht nieuw graan om te malen.
De molen deed nu al tientallen jaren het werk waar de mens zelf moeite mee had; het malen van het graan. Hij maakte de grondstoffen die ze later konden gebruiken voor brood of andere voedingsmiddelen. Ze hadden hem nodig, dat maakte hem trots.
Fier draaide de molen zijn stenen in het rond, dag in, dag uit.
Behalve bij storm, dan mocht hij niet malen. Dan haalde de molenaar de zeilen van zijn mooie wieken en hoopte hij dat de storm snel zou gaan liggen. Soms was de storm zo hard, dat zijn wieken wel moesten gaan draaien, ook zonder zeil. Dan draaiden ze zo hard dat hij bang was dat ze kapot zouden gaan en hij zijn werk niet meer kon doen. Gelukkig viel de schade meestal mee en kon hij snel weer voor de molenaar aan het werk.
De tijd streek voorbij en de rammelende karren werd vervangen door auto’s. De verstikkende benzinedampen vulde iedere keer het erf, maar de molen deed nog steeds zijn werk voor zijn molenaar. Ook al had hij ondertussen een andere molenaar dan in de tijd dat de rammelende karren en het geluid van paardenhoeven de stilte vulden. De zoon van de vorige molenaar was in de voetstappen van zijn vader getreden en hij behandelde de molen net als zijn vader. Vol zorgen en liefde, maar toch was het niet hetzelfde meer.
De molen kreeg steeds minder werk. Dit kwam door de moderne techniek, hoorde hij zijn molenaar wel eens mompelen. Wat dit betekende wist de molen niet, maar hij voelde wel dat het niet goed was. Hij wilde immers werken, draaien en zijn stenen de granen laten pletten, maar steeds vaker werden zijn wieken vastgebonden en zag hij de molenaar een paar dagen niet.
Langzaam werden de periode dat hij zijn molenaar niet zag steeds langer. De eens zo mooie molen voelde zich eenzaam en zijn verf begon langzaam te bladeren. De molenaar die hem eens zo goed onderhield, die kwam het niet herstellen, waardoor de molen zich ook nog eens afgrijselijk lelijk begon te voelen.
Hij was alleen, een verschoppeling, niemand wilde nog zijn gemalen graan. De moderne techniek was immers sneller en goedkoper. Toch probeerde de molen positief te denken. Morgen komt mijn molenaar hield hij zich dan ook iedere keer voor. En dan komt hij mijn wieken schuren, verven en dan mag ik weer malen.
Maar iedere volgende dag eindigde in een teleurstelling. Zijn molenaar kwam niet. Hij was en bleef alleen.
In de donkere nachten voelde de molen zich angstig. Hij hoorde de vreemde geluiden die de moderne techniek met hun meebrachten. Hij verlangde naar het geluid van paard en wagen en verafschuwde het geluid van motoren en de stank van uitlaatgassen.
Plots hoorde hij voetstappen op het pad en probeerde er uit te zien als de mooie, fiere molen van jaren geleden, want misschien was het wel de molenaar met werk voor hem. Ook al was het midden in de nacht, voor werk mocht zijn molenaar het wel wekken.
Helaas was het niet de molenaar, maar een stel jongens die niet veel goeds in zin hadden. Ze braken de deur naar zijn binnenste open en gingen naar binnen. Van binnen voelde hij hoe ze alles kapot maakte en hij werd nog angstiger. Wat als zijn molenaar nu kwam, dan kon hij echt niet meer werken. Dan hadden deze jongens alles voor hem verpest.
Opeens renden ze weg en even was hij blij dat ze hem alleen lieten. Misschien was de schade toch niet zo groot en mocht hij morgen weer draaien. Morgen zou zijn molenaar wel komen, hij voelde het. Een brandend verlangen om te werken.
Alleen het warme gevoel werd steeds heter en hij vroeg zich af of dit wel goed was. Opeens voelde hij hoe vlammen hun weg zochten langs zijn hout. Hij stond in brand.
De volgende ochtend kwam er een auto het erf opgereden. De man stapte uit en keek naar de verbrande resten wat ooit een mooie, fiere molen was geweest. Hij had er de laatste tijd te weinig aandacht aan besteed en nu was dit mooie beeld uit de horizon verdwenen en stegen er alleen nog een paar rookwolken op uit de resten.
De man schudde zijn hoofd en liep nog een rondje om de resten heen. Het was over, voorgoed, deze molen zou nooit meer draaien.
De man haalde een foto uit zijn zak en keek op het vergeelde plaatje. Hij had zijn vader beloofd goed op de molen te passen, maar dit had hij niet gedaan.
Hij draaide zich om en liep terug naar de auto, wierp nog een laatste blik op de smeulende resten en stapte toen in. Het enige wat nog over was van de molen waren de foto en de herinneringen en resten smeulend hout.
|