Home || Het Forum || Over SaBi || Bibliografie || Wedstrijden || Wall of Fame || Wall of Shame || Oude Nieuwsberichten


op SaBi. Deze site en het bijbehorende forum zijn gemaakt met het doel om schrijvers hun werk aan een groter publiek te laten tonen, alsmede de mogelijkheid te bieden om inhoudelijke reacties te krijgen. Op de site kun je tips, tops en natuurlijk verhalen lezen. Momenteel werken we nog druk aan de site, maar we hopen jullie zo snel mogelijk welkom te kunnen heten!





Over SaBi
Schrijftips
Ratings
Het Tipex-team
Wauw-verhalen
Verhalen nomineren
Wedstrijden





Momenteel zijn er nog geen wauw-verhalen. Wil jij een verhaal nomineren voor de wauw sectie? Kijk dan zeker even op het forum!





Contact
Partners
Gastenboek
Oude nieuwsberichten









Rating: AL/ANGST/GW
Summary: Ze stalen ons. Namen ons mee uit ons dorp en sloten ons op.
We weten niet wat er gaan gebeuren, maar angst nestelt zich diep in ons lichaam...






Steel me.


Een paar bange ogen glinsterden in het weinige licht. De eigenaar van deze ogen, een kleine jongen, zat ineengedoken in de hoek van een donkere, volle vrachtwagen. De kettingen om zijn enkels en polsen rammelde zachtjes mee met de bewegingen van de vrachtwagen.
Een persoon naast de kleine jongen bewoog en zorgde ervoor dat de jongen nog minder ruimte had. De beweging ging direct gepaard met een zacht en futloos excuus. De kleine jongen klopte de persoon naast hem op de schouder. Hij was moe; iedereen in de vrachtwagen was moe.
Wanneer zou de vrachtwagen eindelijk stoppen? Wanneer mochten ze hieruit? Waar gingen ze naartoe? Waarom waren ze uit hun dorp gehaald en in deze vrachtwagen gestopt?
Niemand die het wist. Zo nu en dan had de vrachtwagen stilgestaan, maar was enkele minuten later weer in beweging gekomen.
De lucht was bedompt en warm. Alle mensen die hier opeengestapeld zaten, snakten naar frisse lucht.
Plots hield de vrachtwagen stil en niet veel later werd de grote roldeur geopend. Fel zonlicht scheen naar binnen en alle personen knipperden met hun ogen. Na de lange tijd in het donker deed het licht zeer aan hun ogen.
“Uitstappen allemaal!” klonk een barse, onbekende stem. De kleine jongen keek waar het geluid vandaan kwam, maar kon alleen zwakke schimmen ontwaren. Hij had geen idee wat de stem gezegd had, omdat deze in een andere taal gesproken werd, dan degene die hij van zijn moeder had geleerd. Hij dacht terug aan dat moment in het dorp. Toen de mannen met geweren waren gekomen en hem hadden meegenomen, samen met vele anderen. Bang had hij zich mee laten voeren. De mannen hadden iedereen kettingen op hun polsen en enkels gedaan, zodat ze niet weg konden rennen en hun daarna opgesloten in de donkere vrachtwagen.
Ondanks dat het nog steeds warm was, ging er een rilling over zijn rug heen. Wat waren ze met hem van plan?

“Opschieten,” gromde de barse stem en het klonk alsof enkele personen hardhandig geholpen werden met uitstappen.
De jongen zag hoe iedereen de wagen uitstapte en besloot hen te volgen. Bang dat de loop van een geweer op hem gericht zou worden. Hij had gezien wat er dan gebeurde en dit had de hele tijd in de donkere vrachtwagen door zijn hoofd gespookt.
Het daglicht was fel en hij had maar weinig bewegingsvrijheid door de kettingen, maar toch lukte het hem om zonder te vallen uit te stappen. Hij keek even om zich heen en zag alleen maar mannen met geweren. Mannen die de mensen van zijn stam bijeendreven en opnieuw opsloten, ditmaal in een grote kooi.
Ze waren niet meer in de bossen, waar zijn stam leefde, maar op een soort van zandvlakte. Terwijl de jongen rondkeek, kreeg hij een duw de goede richting in. Even moest hij ervoor zorgen dat hij op zijn benen bleef en liet zich toen angstig en gedwee de grote kooi injagen.
Hij miste zijn moeder, die weg was geweest op het moment dat de mannen kwamen. Ze was met de vrouwen van het dorp de was aan het doen in de beek. Zonder haar was alles nog enger. Zij had hem wel beschermd tegen deze enge mensen, met hun bleke gezichten en hun geweren.
Hij stond in het midden van de volle kooi en keek naar de mannen en kinderen om hem heen. Sommige mannen keken boos, een aantal anderen keken angstig, sommige kinderen huilden.
De kleine jongen huilde niet, hij was immers al een stoere jongen. Als hij zich zo zou gedragen zouden de mannen hem misschien niet zien als een baby en hem laten gaan.
Een jonge krijger liep rondjes door de grote kooi. Het werd bemoeilijkt door zijn kettingen, maar toch zette hij door, om iets te doen te hebben. Hij was gekleed in een lendendoek, zijn gespierde armen en borst waren onbedekt. Enkele malen liep hij langs de kleine jongen die hem vragend nakeek. De krijger had gehoord dat met het dorp naast hun hetzelfde was gebeurd als er nu met hun ging gebeuren. Toen waren er ook mannen gekomen met geweren, toen waren er ook veel van die stam meegenomen. En tot nu toe waren deze niet terug gekomen…